Wat je voor je bedrijf krijgt en wat je ervan overhoudt, zijn twee verschillende bedragen. Het verschil is belasting, en de omvang van dat verschil hangt minder af van de koopsom dan van twee keuzes: de rechtsvorm waarin je onderneemt en de vorm waarin je verkoopt. Die keuzes kun je in de laatste maanden vóór de verkoop nauwelijks nog veranderen. Daarom is dit een artikel om te lezen jaren voordat je wilt verkopen.
Hieronder staan de drie situaties die in het MKB voorkomen, elk met de belasting die erbij hoort, een rekenvoorbeeld voor de meest voorkomende situatie (een eenmanszaak) en de manieren om de heffing te spreiden of uit te stellen. Tarieven zijn die van 2026; controleer ze bij de Belastingdienst als je dit later leest.
Situatie 1: eenmanszaak of vof
Een eenmanszaak of vof verkoop je altijd via een activa-passivatransactie: de koper neemt de bezittingen en afgesproken verplichtingen over, niet de rechtsvorm. Fiscaal betekent de verkoop dat je stopt als ondernemer, en dat heet staken.
Stakingswinst. Het verschil tussen wat je ontvangt en de boekwaarde van wat je verkoopt. Daarin zitten drie dingen die in je gewone jaarwinst nooit zichtbaar waren:
- de goodwill die de koper betaalt (die staat nergens in je boeken),
- de stille reserves: inventaris, auto of pand die meer waard zijn dan de boekwaarde na afschrijving,
- een oudedagsreserve die je in het verleden hebt opgebouwd en nog niet hebt afgerekend.
Stakingswinst is gewone winst uit onderneming en wordt belast in box 1, in het jaar van de verkoop, bovenop de winst die je dat jaar al maakte. Omdat het bedrag in één jaar valt, kom je vaak in het hoogste tarief (49,5 procent boven ongeveer 79.000 euro belastbaar inkomen in 2026).
Twee aftrekposten verzachten dat. De stakingsaftrek is een eenmalige vrijstelling van 3.630 euro. Daarna geldt op wat overblijft de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent, net als op je gewone jaarwinst. Voldeed je in het jaar van verkoop nog aan het urencriterium (1.225 uur), dan heb je ook nog recht op de zelfstandigenaftrek.
Uitstel via een stakingslijfrente. Je kunt (een deel van) de stakingswinst gebruiken om een lijfrente te kopen bij een verzekeraar of bank. De premie is aftrekbaar in het jaar van verkoop, tot een maximum dat afhangt van je leeftijd en oploopt tot enkele honderdduizenden euro's voor wie dicht bij de AOW-leeftijd zit. Je betaalt dan pas belasting over de uitkeringen, verspreid over de jaren, meestal tegen een lager tarief dan 49,5 procent. Dit is de belangrijkste fiscale knop voor de verkoper van een eenmanszaak.
Kapsalon, eenmanszaak, verkocht voor 90.000 euro
Eigenaar van 58 jaar, gewone winst in het jaar van verkoop 45.000 euro. Boekwaarde van inventaris en voorraad 12.000 euro, geen oudedagsreserve.
- Verkoopprijs (inventaris, voorraad, goodwill)
- € 90.000
- Boekwaarde van wat wordt verkocht
- − € 12.000
- Stakingswinst
- € 78.000
- Stakingsaftrek
- − € 3.630
- Mkb-winstvrijstelling 12,7% over het restant
- − € 9.445
- Belastbare stakingswinst
- € 64.925
- Komt bovenop een belastbare jaarwinst van circa
- € 39.000
- Belasting over de stakingswinst zonder lijfrente
- circa € 28.000
- Wat de verkoper overhoudt zonder maatregelen
- circa € 62.000 van € 90.000
De gewone winst na de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling.
Het grootste deel valt in het tarief van 49,5 procent, omdat het inkomen dat jaar boven de tweede schijf uitkomt.
Met een stakingslijfrente voor bijvoorbeeld 50.000 euro daalt de heffing in het jaar van verkoop naar rond 6.000 euro; de rest wordt later belast over de uitkeringen, meestal tegen 35 tot 38 procent.
Indicatieve berekening met de tarieven van 2026, zonder heffingskortingen en zonder premie volksverzekeringen apart te tonen. Laat je eigen situatie doorrekenen.
Het voorbeeld laat zien waarom de lijfrente zo vaak wordt gebruikt: zonder uitstel gaat een derde van de opbrengst naar de Belastingdienst in één jaar. Met uitstel spreid je hetzelfde inkomen over jaren met een lager tarief.
Situatie 2: bv die de activa verkoopt
Heb je een bv en verkoop je de bezittingen van de onderneming vanuit die bv (activa-passivatransactie), dan is de bv de verkoper. De boekwinst, inclusief de ontvangen goodwill, is belast met vennootschapsbelasting: 19 procent over de eerste 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven (2026).
Het geld zit daarna in de bv. Wil je het naar privé halen, dan betaal je box 2-belasting over de uitkering: 24,5 procent over de eerste ongeveer 68.000 euro per jaar en 31 procent daarboven (2026, per persoon; fiscale partners kunnen het bedrag verdelen). Twee heffingen dus, na elkaar. Bij een boekwinst van 100.000 euro betaal je eerst 19.000 euro vennootschapsbelasting en over de resterende 81.000 euro bij uitkering nog eens 20.000 tot 25.000 euro box 2, afhankelijk van het tempo waarin je uitkeert.
Een koper wil vaak juist deze vorm, omdat hij de betaalde goodwill fiscaal mag afschrijven. Dat verklaart waarom de koper bij een bv om activa vraagt en de verkoper aandelen wil aanbieden: het fiscale voordeel verschuift van de een naar de ander, en dat is een onderhandelingspunt over de prijs.
Situatie 3: holding die de aandelen verkoopt
Heb je een holding-bv die de aandelen houdt van de werkmaatschappij waarin de onderneming zit, dan verkoopt de holding de aandelen van de werkmaatschappij. De verkoopwinst valt onder de deelnemingsvrijstelling (bij een belang van minimaal 5 procent) en is op dat moment onbelast. De volledige opbrengst komt in de holding terecht en kan daar renderen, opnieuw worden geïnvesteerd of dienen als pensioenpot.
Je betaalt pas belasting zodra de holding dividend uitkeert aan jou in privé: box 2, 24,5 procent tot ongeveer 68.000 euro per jaar en 31 procent daarboven. Wie het geld in tempo uitkeert, betaalt jarenlang het lage tarief.
Houd je de aandelen in privé, zonder holding, dan is de verkoopwinst direct belast in box 2 over alles wat je meer ontvangt dan je op de aandelen hebt gestort. Geen uitstel dus. Het verschil tussen "met holding" en "zonder holding" is bij een verkoopwinst van enkele tonnen het grootste fiscale verschil in dit artikel.
Wat in alle situaties geldt
- Geen btw over de koopsom. Bij de overdracht van een onderneming als geheel (een "algemeenheid van goederen") wordt geen btw berekend; de koper zet je btw-positie voort. Je blijft aansprakelijk voor btw-schulden tot de overdrachtsdatum en doet nog een laatste aangifte over dat tijdvak.
- Overdrachtsbelasting bij een pand. Verkoop je een bedrijfspand mee, dan betaalt de koper 10,4 procent overdrachtsbelasting over de waarde van het pand (2026). Dat drukt de prijs die hij voor het pand wil betalen.
- Administratie bewaren. Zeven jaar, tien jaar voor gegevens over onroerend goed. Spreek in de koopovereenkomst af wie bewaart.
- Melden bij de Kamer van Koophandel. De uitschrijving of wijziging gaat automatisch door naar de Belastingdienst, die je daarna een brief stuurt over de laatste aangiften.
Overzicht: wat je overhoudt per situatie
| Situatie | Belasting bij verkoop | Later nog | Uitstel mogelijk via |
|---|---|---|---|
| Eenmanszaak of vof | Box 1 over de stakingswinst, na stakingsaftrek en mkb-winstvrijstelling | Niets | Stakingslijfrente |
| Bv verkoopt activa | Vennootschapsbelasting 19% tot 25,8% in de bv | Box 2 bij uitkering naar privé | Geld in de bv laten |
| Aandelen in privé, geen holding | Box 2 direct over de verkoopwinst | Niets | Geen |
| Holding verkoopt aandelen | Niets (deelnemingsvrijstelling) | Box 2 bij uitkering naar privé | Geld in de holding laten, gespreid uitkeren |
Wat je nu kunt doen
Wil je binnen twee jaar verkopen, dan is de structuur wat hij is. Richt je dan op de knoppen die nog wel werken: de stakingslijfrente bij een eenmanszaak, het tempo van uitkeren bij een bv, en de verdeling van de koopsom over de onderdelen (goodwill, inventaris, pand, eventueel een vergoeding voor een concurrentiebeding of een overgangsperiode), want elk onderdeel kan anders belast zijn.
Wil je pas over drie tot vijf jaar verkopen, dan is dit het moment om met een fiscalist te bespreken of een bv met holding voor jouw omvang loont. Bij een verwachte verkoopwinst onder de 100.000 euro wegen de kosten van een bv-structuur vaak niet op tegen het voordeel; daarboven meestal wel.
Wat je in beide gevallen eerst nodig hebt, is een realistisch beeld van de opbrengst. De waardecheck geeft in twee minuten een bandbreedte voor de ondernemingswaarde; lees goodwill berekenen om te zien welk deel daarvan als goodwill wordt belast.
