"Wat is mijn bedrijf waard?" is de eerste vraag van elke verkoper en de vraag waar de meeste fouten mee worden gemaakt. Niet omdat de rekensom moeilijk is, maar omdat ondernemers de verkeerde getallen invoeren: de omzet in plaats van de winst, de winst mét hun eigen loon erin, en een multiple die voor grote bedrijven geldt. Onderzoek onder kopers, verkopers en adviseurs laat al jaren hetzelfde zien: ondernemers schatten de waarde van hun bedrijf structureel anders in dan de mensen die er dagelijks over onderhandelen.
Dit artikel legt uit hoe een waardebepaling in het MKB werkt, met de multiples per sector die in 2026 gelden, de correctie voor kleine bedrijven, een rekenvoorbeeld en de stap van waarde naar vraagprijs.
Vier methoden, één die telt in het MKB
| Methode | Wat hij doet | Wanneer gebruikt |
|---|---|---|
| Multiple-methode | Genormaliseerde winst maal een sectorfactor | Vrijwel elke MKB-overname; eerste toets van adviseurs en financiers |
| Discounted cashflow (DCF) | Toekomstige vrije kasstromen teruggerekend naar vandaag | Grotere bedrijven, formele waarderingen, bedrijven met sterke groei |
| Intrinsieke waarde | Bezittingen min schulden tegen actuele waarde | Ondergrens; bedrijven met weinig winst en veel spullen |
| Rentabiliteitswaarde | Verwachte jaarwinst gedeeld door een rendementseis | Kleine bedrijven, familieoverdrachten; oudere Nederlandse methode |
De multiple-methode is de taal van de markt. Een koper, zijn bank en zijn adviseur rekenen ermee, en de halfjaarlijkse marktcijfers per sector maken hem controleerbaar. DCF is theoretisch zuiverder maar staat of valt met aannames over groei en risico. De intrinsieke waarde is de bodem: onder de waarde van je spullen verkoop je normaal niet.
Stap 1: normaliseer de winst
De winst in je jaarrekening is de winst van jou, in jouw situatie, met jouw keuzes. Een koper wil de winst die het bedrijf maakt zonder jou. Daarom corrigeer je drie dingen.
Afschrijvingen en rente erbij. Zo kom je op de EBITDA: de winst vóór rente, belasting en afschrijvingen. Die is onafhankelijk van hoe jij het bedrijf hebt gefinancierd en hoe je hebt afgeschreven.
Een marktconform ondernemersloon eraf. Bij een eenmanszaak of vof staat jouw eigen werk niet als kosten in de boeken; bij een bv staat er vaak een salaris dat lager is dan de markt. Een koper moet dat werk laten doen door iemand die betaald wordt. De Belastingdienst hanteert voor 2026 een gebruikelijk loon van 58.000 euro bij fulltime; naar rato van je uren is dat de correctie. Dit is de stap die de meeste online rekentools overslaan en de reden dat ze bij kleine zaken twee tot drie keer te hoog uitkomen.
Eenmalige en privéposten eruit. Een verzekeringsuitkering, een verbouwing die als kosten is geboekt, een auto die vooral privé rijdt, een familielid op de loonlijst dat niet werkt, huur die je aan jezelf betaalt onder of boven de marktprijs. Alles wat een koper niet zou hebben, corrigeer je.
Stap 2: kies de multiple
De multiple is het aantal keer de genormaliseerde winst dat kopers in jouw sector gemiddeld betalen. Die cijfers worden elk half jaar gemeten in de Nederlandse MKB-overnamemarkt. Dit zijn de bandbreedtes uit de meting over de tweede helft van 2025, voor bedrijven met een genormaliseerde winst vanaf 200.000 euro.
| Sector | Laag | Gemiddeld | Hoog |
|---|---|---|---|
| Softwareontwikkeling | 7,0 | 7,5 | 8,4 |
| IT-dienstverlening | 6,1 | 6,7 | 7,3 |
| Gezondheidszorg | 6,0 | 6,5 | 7,3 |
| Groothandel | 4,8 | 5,2 | 5,9 |
| Industrie en productie | 4,7 | 5,1 | 5,7 |
| E-commerce en webshops | 4,5 | 5,0 | 5,6 |
| Zakelijke dienstverlening | 4,6 | 5,0 | 5,7 |
| Bouw en installatie | 4,3 | 4,8 | 5,5 |
| Transport en logistiek | 3,9 | 4,2 | 4,7 |
| Horeca | 2,9 | 3,3 | 4,0 |
| Beauty en verzorging | 2,5 | 3,0 | 3,6 |
| Detailhandel | 2,0 | 2,5 | 3,1 |
Het gemiddelde over alle sectoren ligt op 5,0. Het verschil tussen de sectoren is geen willekeur: een softwarebedrijf heeft terugkerende omzet en schaalbaarheid, een winkel heeft een locatie en een voorraad. Kopers betalen voor voorspelbaarheid.
Stap 3: corrigeer voor de omvang
De tabel hierboven geldt voor bedrijven met een winst vanaf twee ton. Daaronder daalt de multiple, en niet een beetje. Het onderzoek meet de gemiddelde multiple naar bedrijfsomvang:
| Genormaliseerde winst | Gemiddelde multiple |
|---|---|
| € 200.000 | 3,6 |
| € 500.000 | 4,2 |
| € 1.000.000 | 5,0 |
| € 2.000.000 | 5,2 |
| € 5.000.000 | 5,9 |
| € 10.000.000 | 6,7 |
Onder de 200.000 euro zijn er geen betrouwbare marktcijfers: het risico is daar te bedrijfsspecifiek. In de praktijk rekent de markt bij een winst van 30.000 tot 80.000 euro met een factor rond 2, en in de horeca en detailhandel vaak nog lager. De reden is simpel: een zaak met 40.000 euro winst leunt op één persoon, een paar klanten en een huurcontract. Valt er iets weg, dan is de winst weg.
Stap 4: van ondernemingswaarde naar wat jij overhoudt
Genormaliseerde winst maal multiple geeft de ondernemingswaarde: de waarde van de activiteiten, los van hoe ze gefinancierd zijn. Wat jij als verkoper ontvangt, is de aandelenwaarde: de ondernemingswaarde min de rentedragende schulden die de koper meeneemt, plus overtollige cash. Bij een ondernemingswaarde van 300.000 euro en 80.000 euro aan leningen houd je dus 220.000 euro over, vóór belasting.
Bij een eenmanszaak of vof gaan de schulden meestal niet mee en betaalt de koper de ondernemingswaarde voor de activa; jij lost je leningen zelf af uit de opbrengst.
Bakkerij, eenmanszaak, eigenaar bakt zelf mee
Omzet 420.000 euro, drie medewerkers, gehuurd pand, eigen oven en winkelinrichting.
- Winst voor belasting volgens jaarrekening
- € 62.000
- Afschrijvingen en rente erbij
- + € 17.000
- Ondernemersloon eraf (fulltime, 2026)
- − € 58.000
- Genormaliseerde winst
- € 21.000
- Multiple detailhandel, kleine zaak
- 1,5 tot 2,0
- Ondernemingswaarde op basis van de winst
- € 32.000 tot € 42.000
- Intrinsieke waarde: oven, inrichting, voorraad min schulden
- € 45.000
- Realistische waarde
- € 45.000 tot € 50.000
Sectorband 2,0 tot 3,1 vanaf 200.000 euro winst; bij 21.000 euro rekent de markt lager.
Tegen actuele waarde, niet tegen boekwaarde.
De intrinsieke waarde ligt boven de winstwaarde: deze bakkerij wordt verkocht voor haar spullen en haar plek, met weinig of geen goodwill. Vraagprijs rond 55.000 euro.
Ter vergelijking: zonder de loonstap zou dezelfde bakkerij op een 'waarde' van ruim 150.000 euro uitkomen. Dat is het bedrag dat je in veel advertenties ziet, en de reden dat die zaken niet verkopen.
Wat de waarde omhoog of omlaag duwt
De multiple is een gemiddelde over een sector. Waar jouw bedrijf landt binnen de band, hangt af van hoe overdraagbaar en voorspelbaar de winst is. De Kamer van Koophandel noemt dit schaduwprijsbepalers; adviseurs noemen het de kwaliteit van de winst.
- Afhankelijkheid van de eigenaar. Draait de zaak door als jij drie weken weg bent? Dit is de belangrijkste factor bij kleine bedrijven.
- Spreiding van klanten. Eén klant met 40 procent van de omzet is voor een koper een risico, geen pluspunt.
- Contracten en looptijden. Een huurcontract met acht jaar looptijd en een geregelde indeplaatsstelling; leverancierscontracten zonder afnameplicht; abonnementen of terugkerende omzet.
- Personeel. Vaste medewerkers met eigen klanten en kennis die blijven na de overdracht.
- Cijfers en groei. Drie schone jaarrekeningen, een zichtbare trend, geen eenmalige uitschieters.
- Noodzaak om te verkopen. Wie nu moet verkopen, krijgt een lagere prijs dan wie kan wachten. Kopers voelen dat.
Wie een jaar of twee vóór de verkoop aan deze punten werkt, verplaatst zijn bedrijf van de onderkant naar de bovenkant van de band. Bij een winst van 100.000 euro is dat het verschil tussen een multiple van 2,5 en 3,5: honderdduizend euro.
Waardebepaling per situatie
Waardebepaling van een eenmanszaak. De winst is jouw inkomen; de waarde zit in wat overblijft na een marktconform loon. Bij veel eenmanszaken is dat weinig, en dan bepaalt de intrinsieke waarde de prijs. Verkoop gaat altijd via een activa-passivatransactie. Fiscaal is de verkoopwinst stakingswinst; lees belasting bij de verkoop van je bedrijf.
Waardebepaling van een kapsalon. Sector beauty en verzorging, multiple 2,5 tot 3,6 en daaronder voor kleine salons. De vraag is hoeveel klanten aan de zaak hangen en hoeveel aan jou. Een salon met medewerkers die elk een eigen klantenkring hebben, is aanzienlijk meer waard dan een salon waar de eigenaar negentig procent van de stoelen bezet.
Waardebepaling van een horecazaak. Multiple 2,9 tot 4,0. Het huurcontract, de vergunningen (die de koper opnieuw moet aanvragen) en de staat van de keuken wegen zwaarder dan de multiple zelf. Een cafetaria met een aflopend huurcontract is een ander bedrijf dan dezelfde zaak met acht jaar zekerheid.
Waardebepaling van een webshop. Multiple 4,5 tot 5,6, hoger dan een fysieke winkel omdat de omzet niet aan een locatie hangt. Kopers kijken naar terugkerende klanten, de afhankelijkheid van één advertentiekanaal of leverancier, en de marge na verzendkosten en retouren.
Waardebepaling van een bv met holding. Zelfde methode; het verschil zit in de stap van ondernemingswaarde naar aandelenwaarde (schulden en cash in de werkmaatschappij) en in de belasting bij verkoop, die met een holding gunstiger uitpakt.
Van waarde naar vraagprijs
De waarde is een bandbreedte, geen bedrag. Kies de vraagprijs als volgt:
- Neem het midden van de bandbreedte als verwachte opbrengst.
- Tel tien tot vijftien procent onderhandelingsruimte op.
- Controleer of de vraagprijs onder de intrinsieke waarde blijft; zo ja, dan is de intrinsieke waarde de vraagprijs.
- Bepaal je ondergrens: het bedrag waaronder je niet verkoopt. Dat is voor jezelf, niet voor de advertentie.
Een vraagprijs die ver boven de bandbreedte ligt, kost geen geld maar tijd, en tijd kost uiteindelijk geld: serieuze kopers haken af, de zaak komt bekend te staan als "die al een jaar te koop staat", en de uiteindelijke prijs zakt.
De gratis waardecheck doet de stappen één tot en met drie in twee minuten, met de multiples uit de tabel hierboven en de correctie voor de omvang van je bedrijf. Het resultaat is een bandbreedte plus een vraagprijsindicatie, en de onderbouwing die je nodig hebt tegenover een koper en zijn financier.
