Wie zijn eenmanszaak verkoopt, stopt fiscaal gezien als ondernemer. Alles wat hij meer ontvangt dan de boekwaarde van zijn bedrijf, is winst die in één keer wordt belast: de stakingswinst. Bij een kleine zaak is dat vaak het grootste fiscale moment in het leven van de ondernemer.
Hoe je hem berekent
Verkoopopbrengst min de boekwaarde van wat wordt overgedragen. In de stakingswinst zitten drie dingen die in de gewone jaarwinst nooit zichtbaar waren: de goodwill die de koper betaalt, de stille reserves (inventaris, auto of pand die meer waard zijn dan de boekwaarde na afschrijving) en een oudedagsreserve die nog niet is afgerekend.
Een kapsalon die voor 90.000 euro wordt verkocht met een boekwaarde van 12.000 euro heeft een stakingswinst van 78.000 euro.
Hoe hij wordt belast
Als gewone winst uit onderneming in box 1, in het jaar van de verkoop, bovenop de winst die dat jaar al is gemaakt. Omdat het bedrag in één jaar valt, belandt een groot deel vaak in het hoogste tarief van 49,5 procent (2026).
Twee aftrekposten verzachten dat: de stakingsaftrek, een eenmalige vrijstelling van 3.630 euro, en daarna de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent over het restant.
Uitstel via een stakingslijfrente
Je mag (een deel van) de stakingswinst gebruiken voor een lijfrente bij een verzekeraar of bank. De premie is aftrekbaar in het jaar van verkoop, tot een maximum dat afhangt van je leeftijd. Je betaalt dan pas belasting over de uitkeringen, gespreid over de jaren en meestal tegen een lager tarief. Voor de verkoper van een eenmanszaak is dit de belangrijkste fiscale knop.
Bij een bv
Een bv kent geen stakingswinst. Verkoopt de bv de activa, dan is de boekwinst belast met vennootschapsbelasting; verkoopt een holding de aandelen, dan geldt de deelnemingsvrijstelling. Een earn-out bij een eenmanszaak hoort ook bij de stakingswinst en wordt belast in het jaar waarin hij wordt ontvangen.
Het uitgebreide artikel met rekenvoorbeeld: belasting bij de verkoop van je bedrijf.
